Duikboten zwemmen niet

Slotbeschouwing: Waarom zouden we menselijke intelligentie nastreven met AI?

door Rudy van Belkom

In de zoektocht naar intelligente machines staat het benaderen, of zelfs overstijgen, van menselijke intelligentie al vanaf de jaren ’50 als prominente stip op de horizon. Naast de verschillende technologische uitdagingen, is deze zoektocht volgens mij om drie redenen enorm lastig.

1: We weten niet precies hoe intelligentie bij mensen werkt.
2: We hebben voor veel relevante begrippen (zoals bewustzijn) geen algemeen geaccepteerde operationele definitie, waardoor het bestaan ervan moeilijk aan te tonen is.
3: We verleggen continu wat we intelligent vinden. 

Dat alles maakt het lastig om intelligentie ‘te klonen’. Experts zijn het er dan ook niet over eens wanneer we human-level AI gaan bereiken. De stip op de horizon verschuift met de tijd mee en lijkt continu even ver weg te staan. Toch is het niet ondenkbaar dat ‘de intelligentiecode’ wordt gekraakt. Voor schaken leek ooit een vorm van menselijke intelligentie nodig te zijn; je moest strategisch kunnen denken en je tegenstander kunnen inschatten. Inmiddels weten we dat alle ‘what ifs’ geprogrammeerd kunnen worden en een abstracte representatie en brute rekenkracht voldoende zijn om de mens te verslaan. Wat als taken die nu heel complex lijken ook met een relatief eenvoudig algoritme op te lossen zijn? In dat opzicht lijkt creativiteit het nieuwe schaken. AI is nu al in staat om kunstwerken te maken en muziekstukken te componeren. Veel mensen hebben moeite om dit te accepteren als échte creativiteit. Hier speelt tevens de filosofische discussie of wij zelf ook niet gewoon geprogrammeerd zijn en dus niet zo autonoom handelen als we denken. AI kan daarmee de volgende ‘belediging’ voor de mensheid worden. Machines waren ons eerder al de baas in fysieke arbeid en rekenkracht en nu staat ons intellectueel vermogen ook al op het spel. Dit vermogen heeft ons altijd onderscheiden van alle andere wezens op aarde en heeft ons (in ieder geval gevoelsmatig) controle gegeven over onze omgeving. Het is dan ook niet vreemd dat sommige mensen zich tegen AI afzetten. AI is hoe dan ook een spiegel voor de mensheid. Het leert ons enorm veel over onszelf en stelt ons fundamentele vragen over het menszijn. 

Maar de hamvraag is wat mij betreft of we überhaupt menselijke intelligentie moeten nastreven. Duikboten zwemmen niet zoals vissen en vliegtuigen vliegen niet zoals vogels; waarom zouden computers dan wel moeten denken als mensen? Wanneer je een spin menselijke intelligentie geeft dan zal deze zich niet als een mens gaan gedragen, maar als een ‘superspin’ die nog betere webben kan spinnen en prooien kan vangen. We gaan pas echt stappen zetten als we het idee loslaten dat we superieure wezens zijn. De mens is niet superieur aan insecten, we zijn allebei geëvolueerd voor andere doeleinden. Mensen hebben weliswaar meer geavanceerde cognitieve vaardigheden, maar insecten kunnen hoogstwaarschijnlijk een nucleaire ramp overleven. ‘Succes’ is dus contextafhankelijk en daardoor relatief. 

We moeten onszelf gaan afvragen voor welk doel we intelligente machines willen inzetten, in plaats van het als doel op zichzelf te zien. Hoe kunnen we met behulp van intelligente machines een betere wereld creëren? En wat is een betere wereld precies? Mens en machine zouden wat mij betreft moeten samenwerken vanuit hun eigen specialisaties. Laat complexe statistiek over aan computers en sociaal gevoelige vraagstukken aan mensen. Waarom zouden we emoties inbouwen in machines? Ik zou er juist naar streven om computers zo objectief mogelijk te maken. Daar zijn mensen met alle evolutionair geprogrammeerde vooroordelen en emoties namelijk helemaal niet zo goed in.

Slotbeschouwing: Waarom zouden we menselijke intelligentie nastreven met AI?